Net zoals dat thuis gaat, komt er ook bij Trivire geld binnen en wordt er geld uitgegeven. We noemen dat ‘de portemonnee van Trivire’. De belangrijkste inkomstenbron voor Trivire is natuurlijk de huuropbrengst. Deze was voor 2019, inclusief de vergoeding voor de servicekosten ruim € 101 miljoen. Dat is bijna € 1,5 miljoen meer dan in 2018, wat met name kwam door de huurverhoging. Die zorgde voor een stijging van de huurinkomsten met € 1,2 miljoen. Verder leverde de verkoop van enkele bedrijfsruimten ruim € 4 miljoen op.
Aan de uitgavenkant van 2019 is het meeste geld uitgegeven aan onderhoud (€ 22 miljoen), investeringen in woningverbetering (€ 19 miljoen), overige bedrijfsuitgaven zoals verzekeringen, lokale belastingen, kantoor (€ 17 miljoen), rentelasten van leningen (€ 14 miljoen), personeelslasten (€ 12 miljoen), verhuurdersheffing (€ 9 miljoen) en de aankoop van woningen (€ 7 miljoen).
Aan woningverbetering is in 2019 bijna € 10 miljoen meer uitgegeven dan in 2018. Dit komt doordat er een aantal grote verduurzamingsprojecten zijn uitgevoerd. De onderhoudsuitgaven stegen met € 1,5 miljoen ten opzichte van 2018 en dit kwam vooral door hogere uitgaven voor planmatig onderhoud.
In 2019 bleef er geen geld over in de portemonnee. Als we alleen naar het verhuren en onderhouden van onze woningen kijken wel. Dan is er in 2019 sprake van een ‘overschot’ van € 27 miljoen. Dit geld is vervolgens gebruikt voor het betalen van de geplande investeringen en het aankopen van woningen. We hadden daarnaast nog extra geld nodig. Dit geld krijgen we binnen door nieuwe leningen aan te trekken, waarbij onze woningen als onderpand worden ingezet.
Trivire heeft in principe een goede vermogenspositie. Dit betekent dat we in staat zouden moeten zijn om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Maar we zijn inmiddels ook overvallen door de coronacrisis. Op dit moment hebben we vooral aandacht voor crisismanagement en is het nog te vroeg om te kunnen zeggen wat de impact van deze crisis is op onze toekomstige financiële situatie. Maar we verwachten wel tegen een stootje te kunnen.